
Scroll naar beneden om direct bij de onderdelen van het Pijnprotocol Afasie te komen.
► Pijnprotocol bij afasie
► Samenvatting
Het Pijnprotocol bij afasie is een praktisch en evidence based protocol dat zorgprofessionals ondersteunt bij het herkennen, beoordelen, behandelen en volgen van pijn bij mensen met afasie. Het protocol is ontwikkeld voor situaties waarin iemand door communicatieproblemen pijn niet (goed) onder woorden kan brengen. Door een stapsgewijze en multidisciplinaire aanpak helpt het protocol om pijn eerder te signaleren en beter te behandelen.
► Voor wie
- Mensen met afasie, bijvoorbeeld na een beroerte of ander niet aangeboren hersenletsel
- Verpleeghuisbewoners en cliënten in geriatrische revalidatie
- Zorgprofessionals, zoals verpleegkundigen, verzorgenden, artsen, logopedisten en paramedici
- Mantelzorgers en naasten (als informatiebron)
► Doel
Het doel van het Pijnprotocol bij afasie is het verbeteren van de signalering, beoordeling en behandeling van pijn bij mensen met afasie, zodat onderbehandeling wordt voorkomen en de kwaliteit van leven toeneemt.
► Ontwikkeld op basis van
Het Pijnprotocol bij afasie is ontwikkeld binnen het Universitair Netwerk voor de Care sector Zuid Holland (UNC ZH). Het protocol is gebaseerd op het promotieonderzoek Unspoken pain: its assessment in persons with aphasia.
► Effectiviteit
Uit onderzoek blijkt dat pijn bij mensen met afasie vaak onvoldoende wordt herkend en behandeld, doordat zij hun pijn niet goed verbaal kunnen uiten. Het gebruik van alleen zelfrapportage pijnschalen is daardoor niet altijd mogelijk of betrouwbaar.
Het Pijnprotocol bij afasie biedt een gestructureerde aanpak waarbij:
- systematisch aandacht is voor pijnsignalen en veranderingen in gedrag
- passende pijnmeetmethoden worden gekozen (zelfrapportage waar mogelijk, observatie waar nodig)
- behandeling en evaluatie van pijn expliciet onderdeel zijn van het zorgproces.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat pijnobservatie instrumenten, in combinatie met een duidelijk stappenplan, bijdragen aan betere pijnherkenning en beter onderbouwde behandelbeslissingen bij mensen met afasie. Dit draagt bij aan meer comfort en een hogere kwaliteit van leven.
► Uitvoering
Het Pijnprotocol bij afasie bestaat uit een stapsgewijze aanpak die geïntegreerd kan worden in het dagelijkse zorgproces:
1. In kaart brengen
Vaststellen hoe iemand met afasie communiceert en hoe deze persoon voorheen pijn uitte, in overleg met familie of naasten.
2. Herkennen van situaties
Alert zijn op situaties waarin pijn kan optreden, zoals tijdens zorgmomenten, transfers, activiteiten of bij plotse gedragsveranderingen.
3. Controleren
Nagaan of basisbehoeften zijn vervuld en of er mogelijke oorzaken van pijn aanwezig zijn.
4. Onderzoek
Lichamelijk onderzoek om mogelijke oorzaken van pijn te achterhalen.
5. Behandeling
Starten van passende interventies, zowel niet medicamenteus als medicamenteus.
6. Monitoren
Regelmatig volgen van pijn en effect van de behandeling.
7. Evalueren
Multidisciplinair evalueren en zo nodig het plan bijstellen.
Afhankelijk van de mogelijkheden van de cliënt wordt gekozen voor:
- een numeriek ernstcijfer (0–10);
- een zelfrapportage pijnschaal (bijvoorbeeld een gezichtjesschaal);
- een pijnobservatie instrument wanneer zelfrapportage niet mogelijk is.
Logopedisten spelen een belangrijke rol bij het ondersteunen van communicatie en het kiezen van passende meetmethoden.
► Houdbaarheid (tijd, kosten en personeel)
Tijd
De inzet van het Pijnprotocol bij afasie vraagt beperkte extra tijd en sluit aan bij bestaande zorg en evaluatiemomenten.
Kosten
Het protocol is gratis beschikbaar via UNC ZH. Er zijn geen extra licentiekosten; er wordt gebruikgemaakt van bestaande meetinstrumenten.
Personeel
Het protocol vraagt geen extra formatie, maar ondersteunt zorgprofessionals in deskundig en eenduidig handelen. Het bevordert de samenwerking tussen disciplines en verbetert de overdraagbaarheid van informatie binnen teams.
► Duurzaamheid
Het Pijnprotocol bij afasie draagt bij aan duurzame en passende zorg doordat:
- pijn structureel en methodisch aandacht krijgt;
- onderbehandeling en onnodig lijden worden voorkomen;
- het protocol toepasbaar is in verschillende zorgsettings;
- kennis breed beschikbaar is via digitale materialen, handleidingen en instructievideo’s.
De interventie sluit aan bij persoonsgerichte, menswaardige en evidence based zorg voor mensen met communicatiebeperkingen.