Meer aandacht voor droge mond in de laatste levensfase

Tijdens de laatste levensfase krijgen veel patiënten last van een droge mond. Dit heeft grote impact op hun kwaliteit van leven. Arts-onderzoeker en promovenda binnen het Expertisecentrum Palliatieve Zorg in het LUMC, Annelot van der Meulen, werkte mee aan de Droge Mond Studie. Daarin werden mogelijke oplossingen onderzocht.

Droge mond in de laatste levensfase

Droge mond is een van de meest voorkomende symptomen bij ouderen. Tijdens de stervensfase heeft meer dan 90% er last van. En dat heeft veel invaliderende gevolgen, geeft Annelot aan: “Denk bijvoorbeeld aan problemen met praten, eten, slikken, en ademgeur. Dit kan leiden tot eenzaamheid en schaamte, en vermindert vaak het socialiseren en de intimiteit.”

Ook zijn droge mondklachten ondergerapporteerd en onderbehandeld. Uit focusgroepen en interviews blijkt dat het onder zorgprofessionals onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor de mondzorg, dat sommige professionals zich oncomfortabel voelen bij het verlenen van mondzorg, en dat er weinig ervaring is met droge mond. Ook patiënten zelf rapporteren hun klachten vaak niet.

Het Droge Mond Project

Het Droge Mond Project is gestart als reactie op de behoefte aan meer kennis, structuur en oefening op het gebied van droge mondzorg. Hiervoor is een nationale vragenlijst uitgezet over de huidige droge mondzorg in Nederland, een literatuurstudie uitgevoerd naar droge mondzorg wereldwijd, en zijn er twee interventieonderzoeken uitgevoerd.

Een van die onderzochte interventies was het Mond-Educatie-Programma (MEP). Verpleegkundigen en patiënten van UNC-ZH lidorganisaties Marente, Aafje, ActiVite en Laurens deden hieraan mee. MEP is een voorlichtingsprogramma over droge mond dat door getrainde verpleegkundigen wordt gegeven aan patiënten in de laatste levensfase. Dit bestond onder andere uit een droge-mondconsult en voorlichting aan de patiënt en naasten. Hiervoor werd een training en handboek voor zorgverleners ontwikkeld.

Onderzoeksresultaten

Het bleek dat het educatieprogramma ervoor zorgde dat de deelnemers alerter werden op droge mond en mondzorg. Er werd vaker naar mondklachten gevraagd en vaker naar de mond gekeken. Maar er kwam ook uit dat het trainen van een kleine groep niet voldoende is om structureel aandacht te creëren voor droge mondklachten. Hiervoor is er op organisatieniveau aandacht nodig. Bijvoorbeeld door het een plek te geven in het zorgplan, het mee te nemen in vaste overleggen zoals het MDO, en er aandachtsvelden of werkgroepen voor op te zetten die dit onderwerp constant onder de aandacht brengen.

Ook patiënten vonden het fijn dat er meer aandacht kwam voor droge mondklachten. Ook zij vonden het belangrijk om de interventie flexibel in te kunnen zetten. In de laatste levensfase moet er rekening worden gehouden met hun energie, zodat ze ook ruimte overhouden voor hun dierbaren.

“Aandacht voor droge mond is ook in de laatste levensfase van levensbelang.”

Praktische adviezen

“Wees je bewust van droge mond als klacht”, geeft Annelot mee. “Het is veelvoorkomend en heeft grote impact op de patiënt. Wees hier alert op en heb oog voor de impact. Zie je een bewoner bijvoorbeeld vaak de keel schrapen, of meer slokjes nemen dan normaal?  Kijk af en toe even in de mond, bijvoorbeeld tijdens het tandenpoetsen, en vraag er ook actief naar. De rest volgt dan vanzelf. Aandacht voor droge mond is ook in de laatste levensfase van levensbelang.”

Verder schetst Annelot dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor een goede mondzorg, maar dan ieder op een andere manier. Een verpleegkundige kan bijvoorbeeld klachten of symptomen signaleren, een arts kan benodigde medicatie voorschrijven, en een tandarts kan bij specifieke klachten worden betrokken. De verantwoordelijkheid bij één beroepsgroep leggen is niet passend.

Ook naasten kunnen bijdragen en vinden het vaak fijn om iets te kunnen doen in de laatste levensfase. Ze kunnen helpen bij het verzorgen van de mond, bijvoorbeeld door de lippen te verzorgen of door vocht toe te dienen. Mondzorg kan ook een manier zijn om contact te hebben met de naaste.

Droge mondzorg op de lange termijn

“Mijn wens is dat droge mond een net zo populair onderwerp wordt als pijn”, zegt Annelot. “Ik hoop dat er erkenning komt dat droge mond niet slechts ‘vervelend’ is, maar dat het echt veel impact heeft op de patiënt. En dat niet alleen de individuele zorgverleners zich verantwoordelijk voelen, maar dat het ook ondersteund wordt door de organisatie en binnen de protocollen.”

Extra informatie

Het lespakket van de MEP/droge mond training (inclusief PowerPoint, docentinstructies en achtergrondmateriaal) zal in het najaar op Palliaweb worden geplaatst, via https://palliaweb.nl/onderwijsmaterialen. Voor tussentijdse vragen kan er worden gemaild naar drop@lumc.nl.