Geriatrische revalidatie: Welke activiteitenmeter kies je als zorgorganisatie?

Onderzoeksvraag uit de praktijk én zelf ermee aan de slag
Twee fysiotherapeuten en een ergotherapeut vroegen zich af: er zijn verschillende activiteitenmeters maar welke kunnen we nu het beste gebruiken bij de revalidatie op onze afdeling?
De aanhouder wint
Alma van Meurs (fysiotherapeut bij Florence) Martine Kant (fysiotherapeut bij Florence en nu net gepromoveerd op onderzoek NEGLECT) en Jeroen van de Berg, ergotherapeut, wilden met deze vraag aan de slag. Om elkaar verder te brengen – een van de voordelen van de laagdrempelige samenwerking binnen het UNC-ZH – kwamen zij tot een vergelijkend onderzoek van activiteitenmeters, ieder in hun eigen organisatie. Het bleek een verhaal van ‘de aanhouder wint’: gestart met dit vergelijkend praktijkonderzoek in 2022 groeide het uit tot de wens dit te verwerken in een wetenschappelijke publicatie. En dat werd eind 2025 een feit!
Arno Doornebosch van het UNC-ZH coördineerde het onderzoekstraject en Margot de Waal van het LUMC verzorgde de wetenschappelijke begeleiding.
Waarom activiteiten meten?
Voor revalidanten kan inzicht in hun eigen beweeggedrag motiverend werken. Activiteitenmeters kunnen bovendien professionals helpen om voortgang beter te volgen. Uit een praktijkgerichte wetenschappelijke studie blijkt dat revalidanten activiteitenmeters als zinvol ervaren: ze stimuleren beweging en geven inzicht in herstel. De bruikbaarheid varieert echter per type meter. Zo scoorde de Hipper bij revalidanten het hoogst (SUS 70), terwijl de Yamax lager werd beoordeeld door beperktere nauwkeurigheid. De Pedometer‑app liet wisselende gebruikservaringen zien, afhankelijk van bijvoorbeeld smartphonevaardigheid. [unc-zh.nl]
De opzet van het onderzoek
De drie onderzoekers uit de praktijk gingen met drie activiteitenmeters aan de slag. De organisaties gebruikten elk verschillende apparaten:
- een losse stappenteller,
- een Pedometer‑app op de mobiele telefoon,
- en de Hipper, een versnellingsmeter die beweging registreert, ongeacht of iemand zit, loopt of staat.
De centrale vraag: Welke activiteitenmeter past het beste bij onze doelgroep, en waarom?
De pilot richtte zich niet op de metingen zelf, maar op de gebruiksvriendelijkheid, voor zowel cliënten als professionals. Hoe ervaren zij het gebruik? Hoe makkelijk is het uitlezen? Past de technologie bij de doelgroep, bijvoorbeeld bij mensen met beperkte handvaardigheid of zonder smartphone?
Leren door onderzoek
Het opzetten van het onderzoek vroeg veel denkwerk: thema’s inventariseren, producten selecteren, een protocol schrijven en cliënten includeren. Voor veel deelnemers was dit de eerste keer dat zij zelf onderzoek uitvoerden. Dat werd als waardevol ervaren: het vergroot het onderzoeksklimaat binnen hun organisaties en maakt de verbinding met wetenschap concreet.
Dankzij de ondersteuning vanuit het UNC‑ZH kreeg de groep inzicht in hoe onderzoek wordt opgezet en uitgevoerd. Dat zorgde ervoor dat de groep ook besloot een wetenschappelijk artikel over dit onderzoek te schrijven.
Een onderzoeksraamwerk voor de toekomst
Dit praktijkonderzoek leverde niet alleen praktische inzichten op voor het gebruik van activiteitenmeters binnen de GR, maar ook een herbruikbaar onderzoeksraamwerk. De ervaringen helpen organisaties om toekomstige eHealth‑producten beter te beoordelen en gerichter te implementeren. Daarbij groeit het enthousiasme: steeds meer professionals melden zich om mee te doen aan nieuwe onderzoeksactiviteiten binnen het netwerk.
Kortom: de combinatie van wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring maakt het mogelijk om zorgtechnologie beter en slimmer in te zetten voor geriatrische revalidatie.
Lees het interview met de deelnemers in het jaarverslag van 2022 vanaf pagina 24: https://unc-zh.nl/wp-content/uploads/2023/06/Jaarverslag-UNC-ZH-2022.pdf (NB Er wordt verwezen naar de pilotgroep in de themagroep GR. De infrastructuur binnen het UNC-ZH is inmiddels veranderd, de onderlinge samenwerkingen zijn nu anders verdeeld.)

