Verbinden, onderzoeken, verbeteren met Marije Hofs – van Kats

Verbinden, onderzoeken en verbeteren: dat zijn belangrijke pijlers in het werk van Marije Hofs – van Kats. Marije is logopedist en sinds begin dit jaar is haar organisatie Zorgpartners Midden-Holland aangesloten bij het UNC-ZH. Daarmee vervult zij inmiddels een half jaar de rol van Linking Pin. Vanuit die rol zet zij zich in om wetenschap en kwaliteitsverbetering binnen haar organisatie verder te versterken én om verbinding te zoeken met collega’s en andere zorgorganisaties binnen het netwerk.

Hoe heeft zij deze eerste zes maanden ervaren? Wat levert het werken als Linking Pin haar op en welke rol speelt wetenschap binnen haar organisatie? In dit interview vertelt Marije over de kracht van samenwerken, de onderzoeksinitiatieven die al lopen en haar ambitie om kennis en ervaringen steeds beter met elkaar te verbinden.

Wat maakt het werken als Linking Pin zo leuk?

“Wat ik het mooiste vind aan mijn rol als Linking Pin, is dat je echt kunt bijdragen aan de kwaliteit van zorg binnen je eigen organisatie. Niet alleen binnen je eigen vakgebied, maar organisatiebreed. Je ontmoet veel verschillende collega’s, werkt samen met uiteenlopende disciplines en kunt echt het verschil maken. Juist die verbinding tussen mensen en ideeën maakt deze rol zo waardevol.”

Waarom is wetenschap in de zorg zo belangrijk?

“Wetenschap helpt om de kwaliteit van zorg te versterken en te zorgen voor meer uniformiteit. Iedere locatie heeft natuurlijk een eigen identiteit en dat is ook belangrijk, maar wetenschappelijke kennis biedt een gezamenlijke basis. Het geeft richting en laat zien wat bewezen effectief is. Daardoor hoef je niet telkens opnieuw het wiel uit te vinden.”

Wetenschap helpt om de kwaliteit van zorg te versterken en te zorgen voor meer uniformiteit.

Hoe zijn jullie binnen Zorgpartners Midden-Holland bezig met wetenschap?

“Er gebeurt op dit moment al veel. We hebben onlangs een wetenschapscommissie opgericht, waardoor onderzoek steeds meer een vaste plek gaat krijgen binnen de organisatie. Tegelijkertijd is wetenschap voor ons niet nieuw. Ook voordat we ons aansloten bij het UNC-ZH waren we al actief bezig met onderzoek en het toepassen van wetenschappelijke inzichten in de praktijk.

We hebben inmiddels verschillende mooie voorbeelden. Zo doen we onderzoek naar de zorg voor mensen met dementie en zeer ernstig probleemgedrag (DZEP) en hebben we een innoveerhuis waarbij allerlei (technische) innovaties worden getest. Ook op de revalidatie-afdelingen is wetenschap een belangrijke basis. Daarnaast hebben we de CREATE-tool ingezet om te onderzoeken waar verbeterkansen liggen en hoe we de zorg verder kunnen ontwikkelen. Op meerdere locaties zijn grotere of kleine initiatieven gestart. De volgende stap is om beter inzicht te krijgen in alles wat er gebeurt, de resultaten met elkaar te verbinden en daarvan te leren.

Ook het Centrum voor Leren en Ontwikkelen speelt hierin een belangrijke rol. Studenten voeren normaliter tijdens hun opleiding kleine onderzoeken uit, zo ontstaan waardevolle inzichten en blijven relevante onderzoeksvragen van de werkvloer niet liggen. Door de verworven kennis en resultaten samen te brengen, kunnen we deze inzichten breder toepassen en de kwaliteit van zorg en leven continu verder verbeteren.”

Hoe is het om samen te werken in een netwerk met andere zorgorganisaties?

“Dat is ontzettend waardevol. Je merkt hoeveel herkenning er is, terwijl er tegelijkertijd veel diversiteit bestaat tussen organisaties. Juist daardoor kun je veel van elkaar leren. Samen maak je plannen, deel je ervaringen en ontdek je dat veel uitdagingen overal spelen. Dat werkt inspirerend én geruststellend.”

Wat is je tot nu toe het meest opgevallen?

“Vooral hoeveel er al gebeurt. Er zijn ontzettend veel collega’s die zich inzetten voor wetenschap en kwaliteitsverbetering. Tegelijkertijd kost het tijd om wetenschap goed te verankeren in de organisatie. Dat is een proces. Wat me positief verrast, is hoe open mensen ervoor staan. Er is veel enthousiasme om te leren, samen te werken en de zorg steeds verder te verbeteren. Dat geeft veel vertrouwen voor de toekomst.”